Komen-Waasten door de tijd
Waarom Komen-Waasten?
De stad Komen-Waasten ontstond in 1977 uit de fusie van vijf gemeenten:
Komen, Houthem, Neerwaasten, Waasten en Ploegsteert.
Deze vijf gemeenten werden in 1963 in het kader van de taalwetten afgescheiden van Vlaanderen. Ze vormden een Waalse enclave van Henegouwen.
In 1982 werd de naam gemeente Komen gewijzigd in stad Komen-Waasten; de toevoeging van Waasten was noodzakelijk omdat alleen deze laatste plaats de titel van stad had.
Deze dubbele naam verwijst ook naar de geschiedenis van onze regio:
Houthem en Neerwaasten behoorden geheel of gedeeltelijk tot de heerlijkheid van Komen en Ploegsteert behoorde tot de heerlijkheid van Waasten.
Vroege bezetting
Archeologisch onderzoek toont aan dat de streek al duizenden jaren bewoond is.
Er zijn bovendien talrijke artefacten uit de Romeinse bezetting gevonden.
De grenzen van de ‘civitates’, de administratieve indelingen uit de Romeinse tijd, waren de voorlopers van de katholieke bisdommen.
De regio was namelijk verdeeld tussen het bisdom Doornik, waartoe Komen en Houthem behoorden, en het bisdom Terwaan (in 1559 vervangen door Ieper), waartoe Neerwaasten en Waasten, inclusief Ploegsteert, behoorden.
Vóór het jaar 1000 is er weinig informatie beschikbaar, maar vanaf de 11e eeuw getuigen oorkonden van het bestaan van twee belangrijke heerlijkheden:
Komen en Waasten.
Deze strekten zich uit aan weerszijden van de Leie, net als hun respectievelijke parochies. Het deel ten noorden van de Leie viel onder de kasselrij van Ieper, het deel ten zuiden onder de kasselrij van Rijsel.
De ontwikkeling van Komen
Komen breidde zich uit ten zuiden van de Leie met haar collegiale kerk, bediend door seculiere kanunniken, haar belfort, kasteel en ziekenhuis.
In het noorden bevond zich een territoriaal uitlopend gebied dat ‘Fort’ werd genoemd en waarschijnlijk een defensief doel had: het beschermen van de brug over de Leie die de twee Komens met elkaar verbond.
Door de eeuwen heen was deze brug het doelwit van diverse aanvallen met als doel de stad in te nemen.
In de middeleeuwen ontwikkelde zich een textielindustrie die zich toelegde op de vervaardiging van laken, die vanaf de 18e eeuw evolueerde naar het weven van lint.
Beroemde kroniekschrijver
Komen-Noord en Komen-Zuid vanaf 1713
Komen werd meerdere malen bestormd en het kasteel werd verwoest door de Franse legers van Lodewijk XIV.
De bekrachtiging van het Verdrag van Utrecht van 1713 en andere verdragen betekende echter de opgave van zijn veroveringen.
Het Verdrag van Utrecht legde voor het eerst de Leie vast als staatsgrens.
Bijgevolg viel Komen ten noorden van de Leie onder de Oostenrijkse Nederlanden, terwijl het zuidelijke deel tot het koninkrijk Frankrijk behoorde.
Komen bleef één parochie, één heerlijkheid, bestuurd door één schepencollege, maar viel dus onder twee verschillende landen.
Met de Franse Revolutie ontstond een nieuwe verwarrende situatie.
Komen-Zuid, dat in Frankrijk lag, werd een gemeente die onafhankelijk van het noordelijke deel werd bestuurd, maar wel met gemeenschappelijke instellingen, zoals de parochie.
Het noordelijke deel bleef een heerlijkheid tot de annexatie van de Belgische Staten door Frankrijk in 1795.
Het werd dan een nieuwe gemeente: Comines of Komen.
Dit verklaart het bestaan van twee gemeenten met de naam Komen, de ene Frans, de andere Belgisch.
De impact van de industriële activiteit
Vanaf de 18e eeuw ontwikkelt zich in Komen-Zuid een intense industriële activiteit rond het weven van lint.
In de 19e eeuw groeide de bevolking van Komen-Noord aanzienlijk: talrijke arbeiders kwamen werken in de weverijen van beide gemeenten, en meer bepaald in Komen-Zuid, dat sindsdien Comines-France werd genoemd.
De bevolking van Komen-Noord, die in 1846 ongeveer 3.400 inwoners telde, verdubbelde in 1910 tot bijna 6.640 inwoners.
Na de Tweede Wereldoorlog werd Comines-France de wereldhoofdstad van het lint, maar in de loop der jaren nam deze activiteit sterk af ten voordele van andere streken.
Waasten, heerlijkheid, kasselrij en stad
De stad wordt voor het eerst vermeld in 1249. Ze vormde slechts een klein deel van de heerlijkheid van Waasten, dat in de 13e eeuw een kasselrij werd en waartoe talrijke leengoederen behoorden in de omliggende gemeenten of verspreid in Frankrijk langs de Leie.
De opeenvolgende leenheren van Waasten behoorden tot grote families zoals de graven van Dampierre, de families Bar, Luxemburg, Oranje-Nassau enz.
Het kasteel, gelegen aan de samenvloeiing van de Douve en de Leie, werd voor het eerst vermeld in de 11e eeuw en werd verschillende keren verbouwd, onder andere in 1390 volgens een bestaand plan, om vervolgens in de 17de eeuw steen voor steen te verdwijnen.
De motte van het kasteel is nog steeds zichtbaar achter de kerk.
De abdij van Waasten, bron van spirituele en economische rijkdom
Waasten was een doorgangsplaats langs de weg tussen de steden Rijsel en Ieper en langs de rivier tussen Rijsel en Gent.
De oever aan de Leie was een plaats van intense handelsactiviteit.
Politieke omwentelingen
Net als haar zusterstad Komen werd de stad achtereenvolgens veroverd, verwoest en heropgebouwd.
Door het Verdrag van Utrecht van 1713 en vooral door de daaropvolgende uitvoeringsverdragen verloor ze al haar bezittingen in Frankrijk. In ruil daarvoor kreeg ze de parochies Nieuwkerke en Dranouter.
In 1831 strekte Waasten zich uit over haar huidige grondgebied en dat van Ploegsteert. Het was een van de 2.739 gemeenten van België, dat intussen een onafhankelijke natie was geworden.
In 1850 werd Ploegsteert afgescheiden en vormde vanaf dat moment een volwaardige gemeente.
Komen-Waasten te midden van de gevechten van 1914-1918
De oorlog van 1914-1918: de meest ingrijpende gebeurtenis in onze huidige geschiedenis is de Eerste Wereldoorlog.
Deze oorlog verwoestte alle gebouwen in de regio, waardoor er bovengronds vrijwel niets meer te zien was.
Het front verdeelde de streek: Ploegsteert en het westelijke deel van Waasten werden bezet door de Britse troepen; terwijl het Duitse leger Komen, Houthem, Neerwaasten en het oostelijke deel van Waasten bezette.
Deze situatie duurde vier jaar.
De frontlinie die in oktober 1914 werd vastgelegd, veranderde nauwelijks, behalve tijdens de offensieven van 1917 en 1918, waar hevige gevechten vele slachtoffers eisten.
Tijdens deze oorlogsjaren waren ook Winston Churchill en Adolf Hitler in de regio aanwezig, weliswaar op verschillende momenten.
Hun lot zou hen tijdens de Tweede Wereldoorloog weer tegenover elkaar brengen, een oorlog die helaas ook zijn deel aan verwoestingen en slachtoffers met zich bracht.
De vlucht van de lokale bevolking leidde tot de scheiding en verspreiding van gezinnen.
Bij hun terugkeer uit ballingschap vonden de vluchtelingen alleen ruïnes terug.
Deze bevolking woonde soms jarenlang in barakken voordat er huizen van duurzaam materiaal werden herbouwd.
Veel woningen uit deze periode vertonen architectonische overeenkomsten.
Geen enkel gebouw in de regio is meer dan honderd jaar oud.
Francis De Simpel